Sondevoeding (THIP 1999–4)
Vraag
Indien
een patiënt met sondevoeding gedurende enige tijd voor onderzoek de afdeling
verlaat, wordt vaak de sondevoeding losgekoppeld van het systeem. Mag de
sondevoedingskatheter van de patiënt na terugkomst weer worden aangesloten op
het al gebruikte systeem of moet de katheter worden aangesloten op een nieuw
systeem?
Antwoord
Enterale
voeding is voeding die in vloeibare toestand per sonde of per voedingsfistel
in het maag-darmkanaal wordt toegediend. Sondevoeding geeft men aan patiënten
die door hun onderliggend lijden kunstmatig moeten worden gevoed. Het gaat
daarbij vaak om patiënten met een gestoorde immunologische afweer, bij wie de
functie van het maag-darmkanaal intact is. De belangrijkste complicatie bij
het geven van sondevoeding is een infectie die zich vaak uit in diarree,
veroorzaakt door een bacteriële besmetting van de voeding. Bij
immuungecompromitteerde patiënten kan dit ernstige gevolgen hebben.
Sondevoeding kan geleverd worden in poedervorm die in eigen beheer
klaargemaakt kan worden voor toediening, of in kant-en-klaar-verpakkingen. De
voorkeur gaat uit naar industrieel bereide sondevoeding omdat deze onder
gecontroleerde omstandigheden is bereid. In de ziekenhuizen is dit niet het
geval. Bij de bereiding van sondevoeding, maar ook bij de toediening ervan
moet veel aandacht geschonken worden aan de hygiëne. Wanneer zelfbereide
sondevoeding wordt toegediend, moet het toedieningssysteem tot aan de sonde en
de voeding na maximaal 8 uur worden vervangen. Met andere woorden, de voeding
moet in maximaal 8 uur inlopen. Maakt men gebruik van een kant-en-klaar
systeem, dan geldt een maximale aanhangtijd van 24 uur (1-4). Er
dient zo weinig mogelijk aan de sonde en het systeem te worden veranderd, maar
soms is het nodig het sondevoedingssysteem los te koppelen en gedurende enige
tijd losgekoppeld te laten. Een voorbeeld hiervan is wanneer de patiënt voor
één of meer onderzoeken de afdeling verlaat en het niet mogelijk is het
sondevoedingssysteem in situ achter te laten.
De
belangrijkste besmettingsbron is de sonde van de patiënt zelf. Uit onderzoek
is gebleken dat retrograde besmetting van de sondevoeding mogelijk is, maar
dan alleen van de sondevoeding aanwezig in het toedieningssysteem en niet van
de sondevoeding in de fles (5,6). Het onderzoek liet zien dat
ongeveer 7 ml. van de voeding in het systeem was besmet na enkele uren
loskoppeling en bewaren bij kamertemperatuur.
Gezien
de uitslag van dit onderzoek is de WIP van mening dat de sondekatheter van de
patiënt na terugkeer op de afdeling weer gekoppeld kan worden aan het al
gebruikte systeem. Absolute voorwaarde is wel dat de maximale aanhangtijd niet
wordt overschreden (dus 8 uur bij zelfbereide sondevoeding en 24 uur bij
kant-en-klare sondevoeding) en dat men 10 ml. sondevoeding uit het systeem
laat weglopen voordat men de katheter opnieuw aansluit. Het systeem moet,
wanneer het wordt afgekoppeld, wel voorzien worden van een steriel
afsluitdopje.
Literatuur
- Werkgroep
Infectie Preventie. Sondevoeding en infectiepreventie. Richtlijn no. 28.
Leiden, 1995. (nieuwe versie: 2001)
- Anderson
A. Microbiological quality of products used in enteral feeds. J Hosp
Infect 1986;7:68-73.
- Fernandez-Crehuet-Navajas
D, Chacon DJ, Guillen Solvas JF. Bacterial contamination of enteral feeds
as a possible risk of nosocomial infection. J Hosp Infect 1992;21:111-120.
- Levy
J. Enteral nutrition: an increasingly recognized cause of nosocomial
bloodstream infection. Infect Control 1989;10:395-7.
- Centre
Medical de Forcilles – 77150 Lesigny France: The value of using a
sterile ready-to-use nutrient mixture in enteral feeding. Based upon
studies from: G. Mann and D. Demontrond
- Mann
G, Demontrond D. Sécurité, bactérienne en nutrition enterale d'une
solution nutritive stérile prête à l'emploi et conditionnée, en flacon
d'un litre. Nutr.Clin.Metabol. 1992;6:149-157.

Auteur:
Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.
T(H)IP-DOC - Tijdschrift voor Hygiene en Infectiepreventie