Piercings (THIP 1999-2)
Vraag:
Wat
wordt verstaan onder piercing? Hoe moet er binnen het ziekenhuis worden
omgegaan met piercings?
Antwoord:
Piercings
Een
piercing is een doorboring van de huid met als doel om een sieraad te
plaatsen. Piercings kunnen worden gezet op bijna alle delen van de huid:
lippen, tong, wenkbrauwen, genitaliën, tepels, neus en soms ook in kraakbeen.
Ook oorbellen moeten tot de piercings gerekend worden.
Het
zetten van een piercing gebeurt over het algemeen niet onder medische
begeleiding of verantwoordelijkheid.
Na
de piercing ontstaat er een wondje, dat afhankelijk van de metaalsoort. de
plaats van een piercing en de hygiënische omstandigheden waaronder die
piercing is uitgevoerd, een bepaalde tijd nodig heeft om te genezen. Als de
piercing onder ideale omstandigheden is uitgevoerd, bedraagt de genezingstijd
ongeveer twee weken (1).Wanneer een piercing pas is gezet, mag deze
in principe tijdens het genezingsproces niet worden verwijderd, omdat anders
het piercinggat weer dichtgroeit.
Bij
oudere piercings is, afhankelijk van de tijd dat de piercing aanwezig is, het
risico dat het piercinggat dicht groeit veel kleiner. Sieraden in oudere
piercings kunnen daarom veel gemakkelijker worden verwijderd, en zonder
problemen op dezelfde plaats weer worden ingebracht. Dit proces is te
vergelijken met het dragen, verwijderen en weer inbrengen van
oorbellen.Wanneer een piercing niet goed wordt uitgevoerd, de nazorg niet hygiënisch
verloopt of de piercing niet goed wordt schoon gehouden, kan een infectie
ontstaan.
Patiënten
met piercings
Bij
opname in een ziekenhuis moet worden gevraagd of de patiënt piercings heeft,
waar deze zitten en of dit oude of nieuw geplaatste piercings zijn. Voor het
dragen van een piercing heeft de patiënt zelf gekozen. Het is daarom
noodzakelijk dat de patiënt wordt voorgelicht over de eventuele
infectierisico’s die een piercing met zich meebrengt.
Of
sieraden in piercings in het ziekenhuis moeten worden verwijderd is
afhankelijk van de plaats van de piercing en de reden waarom de patiënt in
het ziekenhuis wordt opgenomen. Piercings in de mond of in de lippen eisen
speciale aandacht bij de mondverzorging. Is de patiënt hiertoe in het
ziekenhuis niet in staat, dan dient deze aandacht overgenomen te worden door
de verpleging. Geslachtspiercings rond de urethra vereisen op het gebied van
de hygiëne eveneens speciale aandacht, ofwel door de patiënt ofwel door de
verpleging.
Indien
sieraden in piercings in de weg zitten bij de behandeling c.q. de verzorging
van de patiënt - te denken valt
bijvoorbeeld aan blaascatheterisatie – dan dienen de piercings te worden
verwijderd. Ditzelfde geldt wanneer de piercings door de plaats waar zij
zitten, een reëel infectierisico opleveren voor de patiënt.
Piercings
en de operatiekamer
Omdat
piercings moeten worden beschouwd als sieraden zou het logisch zijn dat alle
piercings worden verwijderd zodra de patiënt moet worden geopereerd. Omdat
aan het verwijderen van piercings nadelige consequenties kunnen
zitten, is het nodig dat hier
toch wat genuanceerder mee om wordt gegaan. Daarom is de WIP van mening dat
een piercing-sieraad in ieder geval moet worden verwijderd als dit zich
bevindt in het gebied dat gedesinfecteerd moet worden. Ook alle
piercing-sieraden die op plaatsen zitten waar eventueel katheters worden
ingebracht, bijvoorbeeld blaaskatheter of intravasale lijnen, moeten
verwijderd worden. Ook in het
werkgebied van de anesthesist mogen geen piercing-sieraden aanwezig zijn.
Piercings
op andere plaatsen kunnen - indien mogelijk – na desinfectie met
chloorhexidine 0,5% in alcohol 70% afgeplakt worden met een klein stukje
doorzichtig folieverband. Dit verband zou na de operatie weer verwijderd
kunnen worden.
Literatuur
- Boonstra
A: Richtlijnen voor piercen. 1998; afdeling Hygiëne en Preventie van de GG
& GD Amsterdam, 2e herziene druk.

Auteur:
Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.
T(H)IP-DOC - Tijdschrift voor Hygiene en Infectiepreventie