MRSA Verloskundige Praktijk (THIP 2007-6)
Vraag
Welke maatregelen moeten getroffen worden binnen een eerstelijns verloskundige praktijk ten aanzien van het voorkómen van MRSA-verspreiding bij patiënten met MRSA of die daarvan worden verdacht.
Antwoord
Het doel van het Nederlandse MRSA-beleid is om de verspreiding van MRSA in de gezondheidszorg zo laag mogelijk te houden. Hiermee wordt ook zoveel mogelijk voorkomen dat verspreiding vanuit de gezondheidszorg naar de openbare gemeenschap plaatsvindt. Om dit te bereiken wordt in Nederland al sinds 1988 een streng MRSA-beleid binnen de Nederlandse gezondheidszorginstellingen gevoerd en worden patiënten/cliënten in risicocategorieën ingedeeld. Er zijn vier categorieën die de kans op het hebben van een MRSA besmetting aangeven. Deze categorie-indeling is te vinden in de MRSA-richtlijnen van de WIP,
www.wip.nl.
De preventieve maatregelen die horen bij alle categorie-indelingen, verschillen per instelling. Dit heeft te maken met de kans op overdracht van het micro-organisme die niet in iedere instelling gelijk is. Zo worden de strengste maatregelen toegepast in de ziekenhuizen, waar immers de kans op overdracht het grootst is, en wordt bij de huisarts betrekkelijk weinig geadviseerd.
1ste lijns verloskundige praktijk:
De vraag is nu waar de verloskundige praktijk in het “risico voor overdracht”-rijtje thuishoort. In de eerste maanden van de zwangerschap wanneer de a.s. moeder bij de verloskundige op het spreekuur komt, zullen intake gesprekken en beperkt lichamelijk onderzoek plaatsvinden. Binnen de gezondheidszorg is de
1ste lijns verloskundige praktijk te vergelijken met de praktijk van een huisarts.
In deze periode kunnen voor de verloskundige praktijk dezelfde maatregelen worden geadviseerd als voor de huisartspraktijk. Dit houdt in dat de algemene voorzorgsmaatregelen voldoende worden geacht om verspreiding te voorkomen.
Maatregelen tijdens de bevalling
De thuisbevalling
In Nederland is de keuze tussen thuis bevallen en poliklinisch bevallen.
Bij de thuisbevalling zijn de algemene voorzorgsmaatregelen die genomen moeten worden bij alle patiënten ongeacht hun infectiestatus, dus ook hun MRSA-status, voldoende om het risico van MRSA-besmetting te beperken. Er wordt uiteraard een goede handhygiëne uitgevoerd en men draagt beschermende kleding, een masker en oogbescherming indien men spatten van lichaamsvocht en bloed verwacht. Na afloop volgt de normale reiniging- en desinfectieprocedure zoals beschreven in de richtlijnen van de WIP.
Poliklinische bevalling
Indien de cliënt door omstandigheden of op eigen verzoek poliklinisch of in het ziekenhuis gaat bevallen dan gelden de gewone ziekenhuisadviezen. De patiënt behorende tot categorie 1 zal in strikte isolatie worden opgenomen en het personeel draagt beschermende kleding, een neusmondmasker en handschoenen. Tijdens een poliklinische bevalling zal het niet mogelijk zijn om gebruik te maken van een isolatiekamer en dit is ook niet nodig. Wel wordt de kamer na vertrek van de patiënt gereinigd en vindt einddesinfectie plaats. Bij een patiënt behorend tot categorie 2 is het afhankelijk van de uitslag van eerder afgenomen kweken of de patiënt in strikte isolatie wordt opgenomen of niet.
Kweekbeleid
Om de patiënt behorende tot categorie twee minder te belasten tijdens de poliklinische bevalling met strikte isolatiemaatregelen, kan besloten worden om de patiënt vooraf te kweken op MRSA-dragerschap.
Kweekbeleid 1:
Indien de patiënt behoort tot categorie 2 doordat zij in een buitenlands ziekenhuis langer dan 24 uur bijvoorbeeld opgenomen is geweest en de poliklinische bevalling korter dan twee maanden daarop plaatsvindt, dan dient de patiënt na terugkomst in Nederland bij de eerste controle te worden gekweekt. Is deze uitslag negatief dan hoeven er verder geen maatregelen te worden genomen.
Kweekbeleid 2:
Bij cliënten die beroepsmatig of in gezinssituatie in nauw contact komen met levende varkens of levende vleeskalveren en die daardoor behoren tot
categorie 2 wordt geadviseerd om in de 34ste week van de zwangerschap te kweken. Dit omdat hiermee een uitloop van de zwangerschap naar 42 weken toe wordt gedekt en de eventuele aansluitende opnameperiode.
Kweekbeleid 3:
Een andere mogelijkheid is om de cliënt te kweken in week 10 en in week 32. Is de uitslag van die kweken negatief, dan kan worden aangenomen dat de cliënt tijdens de poliklinische bevalling en de periode aansluitend daarop niet positief zal worden en zijn verdere maatregelen niet noodzakelijk.
Verantwoordelijkheid voor het kweekbeleid
Voor afname van de kweken zullen regionale afspraken moeten worden gemaakt. Er kan gekozen worden voor afname van de kweken door de verloskundige zelf of via bijvoorbeeld de huisarts.
Samenvattend