MRSA na ontslag, bij polikliniekbezoek of
heropname (THIP 1998-2)
Vraag:
Welke
MRSA-patiënten moeten na ontslag uit het ziekenhuis bij polikliniekbezoek
of heropname met isolatiemaatregelen behandeld worden en hoe lang moeten
zij als MRSA-positief worden beschouwd?
Antwoord
Inleiding
In
vergelijking tot de meeste landen van Europa en vooral de zuidelijke
landen kunnen we de prevalentie van meticilline resistente Staphylococcus
aureus (MRSA) in Nederland zeer laag noemen. Minder dan 1% van de Staphylococcus
aureus stammen is meticilline resistent(1) . Om dit
prevalentiecijfer zo laag te houden, staat Nederland een beleid voor van
quarantaine/isolatie, cohortverpleging en surveillance.
Ziekenhuisrichtlijnen
De
WIP-richtlijn no. 35a: ‘Beleid bij meticilline resistente Staphylococcus
aureus’ , speciaal gericht op de ziekenhuizen, geeft
maatregelen aan die men moet nemen ter preventie van de verspreiding van
MRSA binnen de ziekenhuizen. In de richtlijn staat beschreven dat patiënten
met vermoede of aangetoonde MRSA verpleegd moeten worden in
strikte isolatie(2). Deze zware isolatiemaatregelen zijn
nodig om te voorkomen dat MRSA- stammen zich snel in het ziekenhuis
verspreiden, waardoor epidemieën ontstaan. Maar niet alle MRSA-stammen
verspreiden zich even snel in het ziekenhuis. We moeten een onderscheid
maken tussen enerzijds stammen die op een laag endemisch niveau in de
ziekenhuizen voorkomen, zich niet of in geringe mate verspreiden en
sporadisch worden gevonden bij kolonisatie, en anderzijds de zich snel en
wijd verspreidende stammen. Een groot aantal patiënten en medewerkers
blijkt in korte tijd door de laatstgenoemde stammen gekoloniseerd te
worden. Deze epidemische stammen veroorzaken hierdoor het merendeel van de
MRSA infecties.
Het
is niet mogelijk gebleken het epidemische karakter van een MRSA-stam te
voorspellen: dit blijkt pas als zich een epidemie voordoet.
De
behandeling van MRSA-infecties is in toenemende mate een probleem omdat
vooral de epidemische MRSA-stammen, behalve resistent voor de hele groep bètalactam
antibiotica, als regel ook voor meerdere andere antibiotica resistent
zijn.Slechts een beperkt aantal, meestal duurdere antibiotica is
beschikbaar voor de behandeling van deze infecties. Een bijkomende factor
is dat deze middelen over het algemeen uitsluitend parenteraal kunnen
worden toegediend zodat door de manier van toedienen het infectierisico
voor de patiënt ook groter wordt.
Patiënten
uit het buitenland
Patiënten
die vanuit een buitenlands ziekenhuis of verpleeghuis worden opgenomen
kunnen we in twee groepen verdelen:
-
Patiënten
met een verwaarloosbaar kleine kans op besmetting met MRSA
-
Patiënten
met een grote kans op besmetting met MRSA of bij wie besmetting is aangetoond.
Tot
de eerste categorie horen patiënten die in een buitenlands ziekenhuis klinisch
of poliklinisch zijn behandeld, maar:
-
niet
langer dan 24 uur opgenomen zijn geweest
-
én niet
in het buitenland zijn geopereerd
- én geen
drains en/of katheters hebben
- én niet
zijn geïntubeerd
- én geen
open wonden hebben of mogelijke infectiebronnen zoals abcessen of furunkels.
Tot
de tweede categorie horen alle patiënten uit een buitenlands ziekenhuis of
verpleeghuis die:
- langer
dan 24 uur opgenomen zijn geweest
- óf zijn
geopereerd
- óf een
drain en/of katheter hebben
- óf zijn
geïntubeerd
- óf open
wonden hebben of mogelijke infectiebronnen zoals abcessen of furunkels
-
óf
aangetoond drager zijn van MRSA.
Verpleeghuisrichtlijnen
Ook
voor de verpleeghuizen heeft de WIP een richtlijn gemaakt die speciaal gericht
is op het MRSA-beleid, te weten VIP-4:’Beleid bij meticilline resistente Staphylococcus
aureus in verpleeghuizen’(3). In tegenstelling tot wat men in de
ziekenhuizen doet, worden de patiënten met MRSA of zij die hiervan worden
verdacht, in barrière verpleging behandeld. Door de andere omstandigheden in de
verpleeghuizen kan een volledig sluitend systeem dat overdracht van MRSA
voorkomt niet worden gegarandeerd. In de verpleeghuizen hebben bewoners meer
contact met elkaar en zij bewegen zich vrijer rond dan in de ziekenhuizen.
Tevens is de antibioticadruk in de verpleeghuizen lager dan in de ziekenhuizen.
In de richtlijn verstandelijk gehandicaptenzorg komt het onderwerp MRSA
nauwelijks aan bod, omdat MRSA-dragerschap voor de bewoner zelf of voor zijn
medebewoner geen consequenties heeft (4).
Risicofactoren
De
oorzaken van een kolonisatie met MRSA zijn complex. Een grote rol spelen de
verminderde lokale en algemene weerstand van de patiënt, de intensiteit van de
zorg, invasieve ingrepen en heel belangrijk het antibioticagebruik. Het hebben
van een blaaskatheter, intravasale lijnen, open wonden, enzovoort, is een
belangrijke predisponerende factor voor het optreden van kolonisatie die soms
gevolgd wordt door een infectie. Behalve de bovenstaande risicofactoren speelt
ook het antibioticagebruik in de ziekenhuizen een grote rol.
De
thuissituatie
In
de thuissituatie is de kans op besmetting met MRSA veel geringer dan in het
ziekenhuis. De patiënt wordt niet blootgesteld aan de zogenaamde
ziekenhuisbacteriën, het contact met behandelend en verplegend personeel is
minder intensief en er wordt niet op grote schaal antibiotica gegeven. Wanneer
een MRSA-positieve patiënt uit het ziekenhuis wordt ontslagen, blijkt dat
overdracht van MRSA naar huisgenoten niet plaatsvindt (5-6). Ook blijkt uit hetzelfde onderzoek dat bij het ontbreken van
predisponerende factoren zoals antibioticagebruik, open wonden, intravasale
lijnen en een blaaskatheter de duur van het MRSA-dragerschap niet lang is.
Polikliniekbezoek
Als
een MRSA-patiënt na ontslag uit het ziekenhuis na een bepaalde tijd voor
controle terug moet naar de polikliniek moet men, afhankelijk van de conditie
van de patiënt, op de polikliniek voorzorgsmaatregelen treffen. Als het een
patiënt betreft zonder risicofactoren zoals het hebben van een blaaskatheter,
huidafwijkingen, open wonden, intravasale lijnen, afhalen van gips, enzovoort,
en indien de patiënt geen antibiotica gebruikt, dan zijn bij polikliniekbezoek
geen extra maatregelen nodig. Indien een van deze factoren wel aanwezig is, dan
moet de patiënt als een vermoedelijke positieve MRSA-patiënt worden behandeld.
In dat geval wordt geadviseerd de patiënt aan het eind van de dag op de
polikliniek te ontvangen. De patiënt blijft niet tussen de andere patiënten in
de wachtkamer zitten, maar wordt meteen in de kamer ontvangen. Voor desinfectie
van de kamer en overig advies wordt (vooraf) contact opgenomen met de afdeling
ziekenhuishygiëne.
Heropname
Bij
heropname in het ziekenhuis gelden dezelfde overwegingen als voor het bezoek aan
de polikliniek. Met dien verstande dat de patiënt wordt opgenomen met een
opnamediagnose die niet in relatie staat tot de vorige MRSA-problematiek en de
patiënt geen antibiotica gebruikt of gaat gebruiken. Wordt een patiënt wel met
antibiotica behandeld, dan is er dus een risicofactor aanwezig en moet de
afdeling ziekenhuishygiëne worden ingeschakeld, en moet men overwegen de patiënt
als een vermoedelijke MRSA-patiënt te verplegen.
Literatuur:
-
De Neeling et al.
Antibiotica resistentie in Nederland. Deel 3: grampositieve bacteriën.
Infectieziekten bulletin 1997;8,10:211-5.

-
Werkgroep Infectiepreventie. Beleid bij meticilline resistente Staphylococcus
aureus. WIP richtlijn no. 35a. Leiden 1994
-
Werkgroep
Infectiepreventie. Beleid bij meticilline resistente Staphylococcus aureus
in verpleeghuizen. WIP richtlijn no. V-4. Leiden 1992.
-
Werkgroep Infectiepreventie. Richtlijnen infectiepreventie ten behoeve
van de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap. VGIP-richtlijn. Leiden 1997.
-
Takahashi S, Hirose T, Takeyama K. Follow up of urology patients
discharged with urinary methicillin-resistant Staphyloccus aureus. J Hosp Infect
1997;37:249-54.
-
Frenay HME, Vandenbroucke-Grauls CMJE, Molkenboer MJCJ et al. Long-term
cariage and
transmission of methicilline-resistant Staphylococcus aureus after
discharge from hospital. J Hosp
Infect 1991;22:207-15.

Auteur:
Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.
T(H)IP-DOC - Tijdschrift voor Hygiene en Infectiepreventie