Mondneusmaskers (THIP 2003–4)
Vraag:
Aan
welke eisen moeten mondneusmaskers voldoen, die worden gebruikt bij de
verpleging c.q. behandeling van een patiënt met tuberculose of SARS ( Severe
Acute Respiratory Syndrome).
Antwoord:
Tot
nu toe worden in de gezondheidszorg twee typen mondneusmaskers gebruikt:
- het
chirurgisch masker
- een
speciaal masker dat wordt gebruikt tijdens de behandeling van TBC patiënten.
Het
chirurgisch masker wordt o.a. gebruikt op de operatiekamer en heeft een
tweeledig doel: aan de ene kant wordt de patiënt beschermd tegen deeltjes die
ondermeer vrij komen tijdens praten, niezen en hoesten door het personeel en
aan de andere kant wordt het personeel beschermd tegen bloedspetters en
spatten van lichaamsvloeistoffen van de patiënt.
Chirurgische
maskers worden getest volgens de Greene & Vesley testmethode om de
bacteriological filter efficiency ( BFE) vast te stellen. Er wordt gebruik
gemaakt van een box met daarin platen (voedingsbodems). De proefpersoon draagt
wel of geen masker en door middel van een gat in de box wordt het woord "tjie"
uitgesproken. Door onderzoek van de in de box bevindende eventueel besmette
platen, wordt de filter efficiency onderzocht.
Deze
test evalueert hoe goed een masker of een chirurgisch masker kan helpen
voorkomen dat door de drager uitgeademde bacteriën in de omgeving komen.
De
deeltjesgrootte in de BFE testen is "groot" te noemen ( 1-5 micron).
Een
masker dat wordt gebruikt tijdens de verpleging van een patiënt met
tuberculose of verdenking hierop, noemt men een "Tuberculose
masker".
In
de richtlijnen van de WIP wordt aangegeven wanneer een chirurgisch masker dan
wel een "TBC" masker moet worden gedragen. Dit advies is gebaseerd
op de richtlijnen van het CDC. Het CDC schrijft een goedgekeurd N95 masker
voor bij tuberculose, wat door de WIP is vertaald in een goed op het gezicht
aansluitend mondneusmasker met een filterbereik tot 1 micron. Wereldwijd is er
geen uniforme standaard voor ademhalingsbescherming en moeten we dus als
gevolg van deze situatie een vertaalslag maken. Het Europese goedgekeurde
equivalent, van het Amerikaanse volgens de NIOSH ( 42CFR84) goedgekeurde N95
masker, is een EN149:2001 FFP2 masker. EN149:2001 goedgekeurde maskers kunnen
ook aanvullend zijn getest volgens de Greene & Vesly test. Deze informatie
is bij de fabrikant te verkrijgen.
Europese
wet- en regelgeving 89/686/EEG
In
Europa en dus ook in Nederland hebben we te maken met de Europese wet- en
regelgeving die specifieke eisen stelt aan ademhalingsbescherming. Zo kennen
we de Europese richtlijn 89/686/EEC voor persoonlijke beschermingsmiddelen
(P.B.M.). Deze oorspronkelijke Europese richtlijn 89/686 is omgezet in de
Nederlandse Arbowet. De richtlijn 89/686 draagt zorg voor het CE-merkteken en
de indeling in categorieën. Ademhalingsbeschermingsmiddelen zijn opgenomen in
de zwaarste categorie (cat 3) omdat deze bescherming moeten bieden tegen
levensgevaar of risico's die leiden tot onherstelbare gezondheidsproblemen of
waarvan men de gevolgen niet tijdig kan ontdekken.
EN
149: 2001
Er
zijn herbruikbare maskers met verwisselbare filters en disposable (wegwerp)
maskers. In de gezondheidszorg komen de eerste niet in aanmerking omdat aan
het weer "gebruiksgereed" maken van dergelijke maskers teveel
praktische bezwaren kleven. Er worden dus alleen disposable maskers gebruikt.
Hiermee kom je dan op EN149:2001 genormeerde maskers uit.
De
norm EN149:2001 is de Europese norm voor filtrerende maskers en bevat 3
belangrijke typegoedkeuringen:
- FFP1,
- FFP2,
- FFP3.
FF
staat voor filtering facepiece en de P staat voor partikel/deeltje, het
getal 1, 2 of 3 geeft het onderscheidend vermogen aan. Alle drie de types zijn
goedgekeurd en in de goedkeuring is ook de randlekkage gedefinieerd. De
maximale toegestane randlekkage ( dus het lekken langs de randen van het
masker) is binnen de EN149:2001 norm bij alle typen 2%.
Behalve
de randlekkage heb je ook te maken met de filterlekkage van het filtermedium,
(de filterende werking van het maskermateriaal). Dit is bij de FFP1 maximale
filterlekkage 20%, de FFP2: 6% en de FFP3: verwaarloosbaar klein (max. 1%).
De
totale inwaartse lekkage (TIL), (de randlekkage en het filtermediumlekkage) is
bij de FFP-1: 22%, bij de FFP-2: 8% en de FFP-3: 2%.
Het
testen van de EN149:2001 maskers
De
EN149: 2001 goedgekeurde maskers zijn getest voor de industrie met
vloeistoffen zoals Natrium Chloride (NaCl) en Paraffineolie. Hier worden de
filters getest met deeltjes met het verschil dat er in de industrie op de
werkplek gesproken wordt over concentraties en MAC waarden terwijl we in de
gezondheidszorg te maken hebben met andere partikels zoals bacteriën en
virussen. Maar met de huidige kennis over filtertechnieken en de fysische
eigenschappen van de bacteriedeeltjes (hieronder worden ook de virussen
gerangschikt) werken deze filtermaskers op dezelfde manier als in de
industrie. Binnen EN149: 2001 wordt getest met deeltjes met een afmeting van
ongeveer 0,4-0,6µm. Er is met opzet voor deze deeltjesafmeting gekozen omdat
dit de meest moeilijk te vangen deeltjes zijn. Het resultaat is dan ook dat we
te maken hebben met zeer efficiënte filtermaskers.
Nieuwe
aanbevelingen
In
de richtlijn van de WIP wordt voor patiënten, verpleegd in strikte isolatie,
een masker aanbevolen met een filterbereik tot 1 micron en goed aansluitend
aan het gelaat.
Om
te kunnen voldoen aan de Europese regelgeving, met de door de CDC en de WHO
aanbevolen en goedgekeurde N95 masker in het achterhoofd, komen we ook voor
"TB" bij een FFP2 type masker uit. Dit advies wordt ook gegeven bij
de behandeling van patiënten met MRSA, SARS of die hiervan worden verdacht.
Hoe
herken ik een goedgekeurd FFP2 masker?
Op
een goedgekeurd ademhalingsbeschermingsmasker moeten de volgende
gegevens staan: EN149: 2001, FFP2 klasse, en het CE merkteken met een
viercijferige code.
Het
bovenstaande betekent niet dat het tot nu toe gebruikte chirurgische masker
gaat verdwijnen. Ook het chirurgisch masker heeft een CE merkteken (echter
volgens de medische richtlijn, MDD) en kan worden gebruikt in de
gezondheidszorg (voor toepassingen: zie de inleiding).
Literatuur:
- Ademhalingsbescherming.
M. Brinks, technical affairs supervisor, 3M Nederland.
- Correspondentie
E.M.M. Hagelen, hygiënist biologische agentia. Universitair Medisch
Centrum Utrecht.
Voor het maken van deze THIP-DOC heb ik dankbaar
gebruik gemaakt van het werk en de waardevolle adviezen van de Heer M.
Brinks, technical affairs supervisor, 3M Nederland.

Auteur:
Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.
T(H)IP-DOC - Tijdschrift voor Hygiene en Infectiepreventie