Nwlogo-3.gif (7577 bytes)
taalwissel/change language

Up

Indicatiegebied voor het dragen van de verschillende types mondneusmakers (THIP 2003–6)

Vraag

Wat is het indicatiegebied voor het dragen van een EN 149 FFP-2 masker en wanneer volstaat een chirurgisch masker?

Antwoord:

We kennen twee groepen van maskers het chirurgisch masker tegen spetten en spatten, en het ademhalingsbeschermingsmasker (ABM).

Medical Device Directive (MDD)

Het chirurgisch masker valt onder de Medical Device Directive –MDD- (richtlijn voor medische hulpmiddelen). In deze richtlijn worden voorwaarden gesteld aan constructie en prestatie waarbij rekening is gehouden met de patiënt, de gebruiker en andere personen die met het product in contact komen. Medische hulpmiddelen zijn afhankelijk van de bescherming die het de patiënt moet bieden, ingedeeld in vier categorieën. Categorie 1 is voor het laagste risico en categorie 4 voor het hoogste risico. Voor categorie 1en 2 is alleen een CE merk voldoende. Voor categorie 3 bijvoorbeeld is naast het CE merk ook het nummer van de Europese standaard waaraan het product voldoet, vereist.

Chirurgisch maskers die zijn ingedeeld in categorie 1 zijn daarom slechts voorzien van een CE-merk.

Personal Protective Equipment Directive (PPE)

Het ademhalingsbeschermingsmasker valt onder de Personal Protective Equipment Directive –PPE- (richtlijn voor persoonlijke beschermingsmiddelen). De PPE-richtlijn zegt dat alle persoonlijke beschermingsproducten moeten voldoen aan de eisen van categorie 3. Dit betekent dat zij voorzien moeten zijn van het CE-merk en een registratienummer van een "notified body" die de eisen waaraan het PPE moet voldoen heeft opgesteld. 

Indicatiegebied

Maskers worden voor verschillende doeleinden gebruikt:

1: bescherming van de drager tegen besmetting door spetten en spatten

2: bescherming van de patiënt tegen micro-organismen uit de neus/keelholte van de zorgverlener

3: bescherming van de drager tegen aërogene besmetting.

Chirurgisch masker:

Het chirurgisch masker is zowel bedoeld om de medewerker te beschermen tegen bloed en andere lichaamsvloeistoffen als om de patiënt te beschermen tegen micro-organismen die worden uitgeademd door de drager van het masker.

Chirurgische maskers zijn niet gemaakt om de drager te beschermen tegen micro-organismen die via de lucht worden overgebracht.

Overdracht door grote druppels over een kleine afstand tussen bron en gastheer wordt voorkomen, het masker moet vooral worden gezien als afscherming van neus en mond. Omdat het hier niet gaat om aërogene overdracht, speelt de filtercapaciteit en de randlekkage een minder grote rol. Er kan dus volstaan worden met het dragen van een chirurgisch masker.

Aërosolen

Micro-organismen kunnen in de lucht worden gebracht via aërosolen. Een aërosol is een wolk van druppeltjes van verschillende grootte. De samenstelling hangt af van de bron die de aërosol genereert. Wanneer de druppel verdampt, kan een druppelkern overblijven. Druppelkernen kunnen in de overdracht een rol spelen wanneer het micro-organisme in deze droge vorm kan overleven.

Aërosolen kunnen worden ingedeeld in:

1: druppelkernen, 2: kleine druppels en 3: grote druppels.

Ademhalingsbeschermende maskers (ABM):

De ABM's zijn gemaakt om de drager te beschermen tegen infecties die via de lucht worden overgebracht.

ABM's moeten goed op het gezicht aansluiten en qua luchtfiltratie voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Europese standaard EN 149-2001. Deze standaard kent drie klassen FFP-1, FFP-2 en FFP-3. Onderscheid in de klassen ligt in het filtervermogen en de maximale inwaartse lekkage. De efficiëntie van het masker is maatgevend voor de hoogte van de klasse. Hoe hoger de klasse hoe groter de efficiëntie.

Een ABM is dus te herkennen aan het CE merk, de klasse en het nummer van de standaard EN-149.

Bij patiënten die verpleegd worden in druppel-, aërogene of strikte isolatie. wordt een neusmondmasker gedragen. Omdat het hier gaat om de medewerker te beschermen tegen via de lucht overdraagbare micro-organismen zijn hier ABM's geïndiceerd.

Type EN-149 FFP-2

Sommige micro-organismen, zoals Mycobacterium tuberculosis, zijn bestand tegen verdamping van de druppel. De druppelkern kan diep in de longen doordringen. Zij speelt evenals kleine druppels een rol in de aërogene besmetting.

Als er sprake is van druppelkernen en kleine druppels dan speelt de filterefficiëncy en de randlekkage een grote rol. Voor de bescherming van de medewerker wordt dan ook een FFP-2 masker geadviseerd. Een FFP-2 komt overeen met een masker N95, zoals gebruikt in de USA bij tuberculose.

Type EN 149 FFP-1

Bij grote druppels en bij huidschilfers, die over een minder grote afstand worden verspreid en die veel minder lang in de lucht blijven zweven, speelt vooral de randlekkage een rol en is een FFP-1 masker voldoende.

Operaties en isolatie

Indien patiënten die in aërogene of druppel-isolatie worden verpleegd, moeten worden geopereerd dient door het operatieteam een ademhalingsbeschermingsmasker te worden gedragen in plaats van een chirurgisch masker. Voor de keuze van het type masker gelden dezelfde regels als hierboven beschreven.

Deze THIP-DOC is een aanvulling op de eerder gepubliceerde THIP-DOC "Mondneusmaskers" 2003-4.

Voor het opstellen van deze THIP-DOC heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de waardevolle adviezen van de Heer R. Brinks, Technical Affairs Supervisor Benelux, 3M, Leiden, lid van de NEN-werkgroep Ademhalingsbescherming en van Prof. Dr. P.J. van den Broek, voorzitter Werkgroep Infectiepreventie.

Auteur:
Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.
T(H)IP-DOC - Tijdschrift voor Hygiene en Infectiepreventie 

 
 


Copyright © 2000 Stichting Werkgroep Infectie Preventie
Bijgewerkt op: 10 August, 2009

Deze pagina kunt u het best bekijken met Download Internet Explorer Explorer of Download Netscape browser Netscape 4.xx of hoger ( resolutie 1024 x 768 pixels )