Huisdieren in
het ziekenhuis (THIP 2000–2)
Vraag:
Mogen
in het kader van stimulering van patiënten huisdieren worden toegelaten in
het ziekenhuis?
Antwoord:
Huisdieren
kunnen een belangrijke sociale en soms therapeutische rol vervullen en daarom
wordt vaak overwogen om huisdieren zoals honden, katten en konijnen toe te
laten in ziekenhuizen. Vooral op de geriatrische afdelingen en
kinderafdelingen bestaat de wens om, ter stimulering van patiënten, bezoek
van aaibare huisdieren toe te laten. Hierbij gaat het niet alleen om de
‘eigen’ hond of kat, maar bijvoorbeeld ook om dieren van de
kinderboerderij die worden meegebracht naar een kinderafdeling. Alhoewel het
therapeutische en sociale aspect wordt onderkend zijn er ook negatieve kanten
aan het bezoek van huisdieren te noemen. Een van de negatieve aspecten is het
infectiegevaar. Huisdieren kunnen dragers en overbrengers zijn van pathogene
micro-organismen. Ook kunnen huisdieren, en dan vooral katten en honden,
micro-organismen overbrengen via hun vacht van de ene naar de andere patiënt.
Bij honden en katten gaat het vooral om besmettingen met staphylokokken,
darmbacteriën zoals salmonella en campylobacter, parasieten en schimmels. De
kat is drager en verspreider van toxoplasma gondii. Vogels brengen psittacose
over en kunnen ook salmonella overbrengen. Indien katten of honden of andere
dieren worden toegelaten, moeten er voorzorgsmaatregelen worden getroffen om
het infectiegevaar zoveel mogelijk af te wenden. De maatregelen die moeten
worden getroffen zijn geheel afhankelijk van het type patiënt dat wordt
verpleegd op een afdeling. Indien het patiënten betreft met wonden,
urinekatheters, drains etcetera, dan zijn de risico’s verbonden aan het op
bezoek hebben van huisdieren erg groot en dit moet dan ook worden afgeraden.
Betreft het patiënten die voor langere tijd aanwezig zijn op de afdeling, dan
zal het infectiegevaar niet opwegen tegen de positieve effecten. Bij
bedlegerige patiënten wordt geadviseerd vóór het bezoek van een huisdier de
bedden af te dekken met een laken en dit laken na vertrek van het huisdier in
de was te doen, zodat wordt voorkomen dat haren en dergelijke in het bed van
de patiënt belanden. Volgens de door de kinderboerderij gehanteerde
wettelijke regels zijn alle kinderboerderijdieren gevaccineerd.
Honden met hulpfunctie
Een
uitzondering op het toelatingsbeleid van huisdieren in het ziekenhuis zijn de
honden die een begeleidende functie vervullen zoals bijvoorbeeld de
blindengeleidehond of de begeleidende hond bij patiënten met spierziekten.
Deze patiënten zijn afhankelijk van de hond en het contact baas-hond moet zo
min mogelijk worden onderbroken. Uiteraard kunnen ook deze honden dragers en
overbrengers zijn van micro-organismen. Daarom wordt geadviseerd om genoemde
patiënten samen met hun begeleidende hond in het ziekenhuis te verplegen in
een eenpersoonskamer. Om te voorkomen dat de hond de kamer verlaat, dient de
deur van de eenpersoonskamer dicht te zijn. De hond wordt regelmatig door
familie van de patiënt uitgelaten. Indien dit laatste niet mogelijk is, dient
dagelijks een medewerker te worden aangewezen die deze taak op zich neemt. De
voerbak moet dagelijks worden gereinigd. De honden moeten zijn gevaccineerd en
ontwormd voordat zij het ziekenhuis binnenkomen.
Literatuur:
- Chapter 85/Epidemiology and prevention of nosocomial infections associated with
animals in the hospital. David J. Weber, Ann S. Baker, William A. Rutala.
In: Hospital epidemiology and infection Control C. Glen Mayhall editor.
Baltimore USA, 1996.
- Correspondentie Mw. L. de Graaf-Miltenburg. Hygiëniste
Universitair Medisch Centrum Utrecht.

Auteur:
Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.
T(H)IP-DOC - Tijdschrift voor Hygiene en Infectiepreventie