Desinfectie vloeistoffen van vernevelapparatuur (THIP 1998–1)
Vraag:
Mag
het vloeistofreservoir van groot-volume-vernevelapparatuur die gebruikt
wordt voor het vernevelen van water, worden gedesinfecteerd met alcohol
70%?
Antwoord:
Groot-volume-vernevelapparatuur
wordt gebruikt om de omgevingslucht die de patiënt inademt, te
bevochtigen. Dit zal veelal voorkomen op de afdelingen KNO, longziekten en
intensive care.
Bij
verneveling wordt vanuit een vloeistofreservoir een aërosol geproduceerd.
Wanneer de gebruikte vloeistof besmet raakt, kunnen ziekteverwekkers met
de aërosolen tot in de longalveoli komen en zo luchtweginfecties
veroorzaken (1,2). Behoudens besmetting door inhalatie is ook
besmetting mogelijk door direct contact met water.
De
belangrijkste contaminanten van vernevelapparatuur zijn bacteriën uit de
pseudomonasgroep en andere non-fermentatieve Gram-negatieve bacteriën (3,4,5).
Ook Legionella pneumophila is uit vernevelapparatuur gekweekt (6).
Het
zal duidelijk zijn dat besmetting van het apparaat moet worden voorkomen
en in de WIP-richtlijn no. 26a: "Inhalatie therapie" worden de
preventieve maatregelen ter voorkoming van een besmetting aangegeven.
De
WIP is van mening dat indien het vloeistofreservoir van de
vernevelapparatuur bestand is tegen sterilisatie, hieraan de voorkeur moet
worden gegeven. Indien door de aard van het materiaal sterilisatie niet
mogelijk is, moet er gebruik worden gemaakt van een desinfectans.
Voor
desinfectie van groot-volume-vernevelapparatuur wordt gekozen voor alcohol
70%.
Alcohol
70% is een snel werkend, bactericide, tuberculocide, fungicide, en
virucide desinfectans, maar bacteriesporen worden niet gedood. Beneden een
concentratie van 50% echter neemt de dodende werking snel af, de optimale
concentratie van alcoholen ligt tussen de 60 en 90%. Alcoholen werken
snel, de meeste vegetatieve bacteriën worden binnen 10 seconden gedood en
zowel lipofiele als hydrofiele virussen binnen 60 seconden. Adenovirussen
zijn echter weinig gevoelig.
Alcoholen
kunnen alleen worden gebruikt op van te voren goed gereinigde en gedroogde
oppervlakken. Na gebruik laat alcohol geen toxisch residu achter zodat
naspoelen niet nodig is. Alcohol droogt snel aan de lucht.
Niet
disposable onderdelen die met de in te ademen aërosolen in aanraking
kunnen komen, worden dagelijks gedesinfecteerd met alcohol 70%. Aan de
desinfectie moet eerst een goede reiniging zonder reinigingsmiddelen
voorafgaan. Reiniging en desinfectie vinden plaats door de onderdelen goed
te spoelen met heet water, goed te drogen en na het drogen te spoelen met
alcohol 70%.
In
WIP-richtlijn no. 26a wordt niet terecht het artikel van G.A. Parlevliet
et al.: 'Contaminatie van de ultrasone vernevelaar DV-99' gepubliceerd in
het Tijdschrift voor Hygiëne en Infectiepreventie, geciteerd7.
Uit dit artikel blijkt dat een handmatig uitgevoerde desinfectie met
alcohol 70% niet voldoet en dat thermische machinale desinfectie niet
mogelijk is. De conclusie van dit onderzoek is dat sterilisatie het enige
verantwoorde alternatief is.
Uit
het onderzoek werd duidelijk dat handmatige reiniging van de binnenkant
van de vernevelaar niet goed was uit te voeren door de vele in- en
uitstulpingen. Indien de reinigingsprocedure niet goed uit te voeren is,
kan misschien worden aangenomen dat het droogproces ook niet goed is
uitgevoerd en dat er daarna is gedesinfecteerd met alcohol 70% op een nat
oppervlak, waardoor een verdunningseffect is opgetreden, zodat in dit
geval waarschijnlijk niet meer gesproken kan worden van een
desinfectieprocedure.
Het
in de WIP-richtlijn no. 26a gegeven advies de groot-volume
vernevelapparatuur te reinigen met heet water, vervolgens goed te drogen
en dan te desinfecteren door het apparaat te spoelen met alcohol 70%, is
alleen van toepassing als inderdaad het droogproces goed kan worden
uitgevoerd. Omdat het niet voor de hand ligt dat de binnenkant van de
vernevelkamer wordt besmet met organisch materiaal kan bij de reiniging
worden volstaan met goed spoelen met heet water zonder gebruik te maken
van reinigingsmiddelen. Het hete water zal dan in alle in- en
uitstulpingen van het apparaat komen.
Literatuur:
-
F.
Mare LaForce. Lower respiratory tract infections. In: Bennett JV, Brachman
PS, editors. Hospital infections
-
Burdge DR, Nakielna EM, Noble MA. Case-control and vector studies of nosocomial
acquisition of Pseudomonas cepacia in adult patients with cystic fibrosis
Infect Control 1993;14:127-30.
-
Grieble
HG, Colton FR, Bird TJ. Source of Pseudomonas aeruginosa infections in a
respiratory disease unit. N Engl J Med 1970;282:531-5.
-
Edmonson
EB, Reinarz JA, Pierce AK. Nebulization equipment, a potential source of
infection in Gram-negative pneumonias. Am J Dis Child 1966;111:357-60.
-
Reinarz-JA,
Pierce AK, Mays BB. The potential role of inhalation therapy equipment in
nosocomial pulmonary infection. J. Clin Invest 1965;44:831-9.
-
Matro T, Fields BS, Breiman RF. Nosocomial legionnairres disease and use of
medication nebulizers. J Infect Dis 1991;163:667-71.
-
Parlevliet
GA, Meester HHM, Koeleman JGM. Contaminatie van de ultrasone vernevelaar
DV-99. Tijdschrift Hyg Infectprev 1996;1:11-6.

Auteur:
Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.
T(H)IP-DOC - Tijdschrift voor Hygiene en Infectiepreventie