Decontaminatieprocedure laryngoscoop
(THIP 2001-3)
Vraagstelling:
Moet
een laryngoscoop worden gesteriliseerd of gedesinfecteerd, en welke methoden
komen hiervoor in aanmerking?
Antwoord:
Inleiding
In
een artikel van M.J.L. Bucx, gepubliceerd in de British Journal of Anaesthesia(1)zijn via een telefonische enquête de decontaminatieprocedures voor
laryngoscopen in 139 Nederlandse ziekenhuizen geïnventariseerd.
Uit
dit onderzoek blijkt dat er grote verschillen bestaan in de wijze waarop na
gebruik wordt omgegaan met een laryngoscoop. Slechts 22% van de geënquêteerde
ziekenhuizen gebruikte standaard een instrumentenwasmachine en in drie
ziekenhuizen werden de bladen van de laryngoscoop gesteriliseerd. Een aantal
ziekenhuizen vond afspoelen van de laryngoscoopbladen onder de stromende kraan
voldoende.
De keuze sterilisatie of desinfectie
Sterilisatie
Of
men kiest voor sterilisatie of desinfectie van een instrument is afhankelijk
van de toepassing van het instrument, de micro-organismen die een rol spelen
en het besmettingsrisico voor de patiënt en het personeel. Alhoewel de
laryngoscoop niet in contact komt met steriele weefsels, steriele organen of
lichaamsholten, waarbij steriliteit van het instrument een vereiste is, wordt
toch de voorkeur gegeven aan sterilisatie. Een sterilisatieproces geeft
namelijk de garantie dat na uitvoering van het sterilisatieproces het
instrument vrij is van micro-organismen. De desinfectieprocedures bieden, door
het ontbreken van fysische parameters van de procescontrole, deze garantie
niet. Echter omdat laryngoscoopbladen niet worden gebruikt in steriele
weefsels kan aan sterilisatie alleen de voorkeur worden gegeven en kan er niet
worden gesproken van een gestelde eis.
Reiniging
en Desinfectie
Als
minimale eis moet worden gesteld dat na gebruik van de laryngoscoop, de scoop
wordt gereinigd en vervolgens gedesinfecteerd. Een grondige reiniging dient
altijd vooraf te gaan aan desinfectie en/of sterilisatie(2). Ten
eerste omdat micro-organismen door organisch materiaal, zoals bijvoorbeeld
bloed vanuit het mondslijmvlies, worden afgeschermd tegen de gebruikte
desinfectie- en/of sterilisatiemiddelen. Ten tweede omdat desinfectiemiddelen
geïnactiveerd kunnen worden door organisch materiaal of ermee een reactie
kunnen aangaan waarbij schadelijke reactieproducten voor de patiënt ontstaan.
Ten derde omdat organisch materiaal corrosief kan werken op het
instrumentarium.
Het
beste is om reiniging te combineren met thermische desinfectie. Hiervoor kan
gebruik worden gemaakt van de in de centrale sterilisatie afdeling
(CSA) aanwezige instrumentenwasmachine. Het grote voordeel van deze
gecombineerde methode is dat het personeel dat belast is met de reiniging en
desinfectie van de laryngoscoop, minder risico loopt zelf besmet te worden.
Voor thermostabiele medische hulpmiddelen, waartoe ook de laryngoscoop
behoort, heeft thermische desinfectie de voorkeur boven de chemische
desinfectie.
Chemische
desinfectie
Ook
bij chemische desinfectie van de laryngoscoop geldt dat een grondige reiniging
moet plaatsvinden alvorens men gaat desinfecteren. Hierdoor wordt niet alleen
het vuil verwijderd maar ook een groot aantal op het instrument aanwezige
micro-organismen. Hoe lager de microbiële belasting hoe effectiever het
desinfectieproces.
Voor
chemische desinfectie komt alcohol 70% of een ander voor dit doel in Nederland
geregistreerd middel in aanmerking. Na een goede huishoudelijke reiniging
wordt de laryngoscoop gedurende 5 minuten ondergedompeld in alcohol 70%.
Alcohol is niet toxisch, droogt aan de lucht en laat geen residuen achter. Wel
kan alcohol schadelijk zijn voor het instrument en moet men altijd rekening
houden met brandgevaar. De alcohol dient na 24 uur te worden vervangen(3).
Literatuur
- Bucx MJL, Dankert J, Beenhakker MM, Harrison TEJ. Decontamination of
laryngoscopes in the Netherlands. British Journal of Anaesthesia
2001;86:99-102.
- Werkgroep
Infectie Preventie. Reiniging, desinfectie en sterilisatie. Richtlijn 3b.
In bewerking.
- Werkgroep Infectie Preventie. Reiniging en
desinfectie van endoscopen. Richtlijn no. 21b. 2001 – april.

Auteur:
Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.
T(H)IP-DOC - Tijdschrift voor Hygiene en Infectiepreventie