Conceptrichtlijnen W.I.P. (THIP 2001–1)
Vraagstelling:
Hoe gaat de WIP om met commentaren uit het land op de
conceptrichtlijnen.
Antwoord:
Inleiding – Ter bevordering van de infectiepreventie binnen
Nederland is in 1981 de Werkgroep Infectie Preventie in het leven geroepen
waarin participeren een viertal op het gebied van de infectiepreventie
werkzame verenigingen, nl. de Vereniging voor Infectieziekten, de Vereniging
van Laboratoriumartsen, de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie
en de Vereniging voor Hygiëne en Infectiepreventie in de Gezondheidszorg.
Het primaire doel van de WIP is het maken van actuele
en op onderzoek gebaseerde richtlijnen met betrekking tot de infectiepreventie
in de gezondheidszorg.
Beginperiode –
In de beginperiode is de behoefte aan
richtlijnen geïnventariseerd. Deze inventarisatie heeft geresulteerd in een
lange lijst van onderwerpen waarover vervolgens richtlijnen zijn geschreven.
Aan deze richtlijnen is toen een volgnummer gegeven. Dit verklaart de voor
velen onlogische benummering van de Wiprichtlijnen. De eerste richtlijn
verscheen in maart 1985: Persoonlijke hygiëne medewerk(st)ers. Deze werd in
september 1985 gevolgd door de twee richtlijnen: ”Desinfectie en
sterilisatie” en ”Handenreiniging en –desinfectie/huiddesinfectie”.
Later – Na het verschijnen van de eerste drie richtlijnen in
1985 is door de jaren heen het aantal richtlijnen voor de ziekenhuizen
uitgegroeid tot het huidige bestand van 37. Op verzoek van de gebruikers van
de richtlijnen en van de Inspectie Geneeskundige Zorg worden er telkens nieuwe
titels aan het bestand toegevoegd.
In 1989 is de WIP begonnen met het maken van speciaal
op de verpleeghuizen toegespitste richtlijnen. In 1994 kwamen de laatste van
de serie van 12 verpleeghuisrichtlijnen gereed.
In samenwerking met de Nederlandse Maatschappij ter
Bevordering van de Tandheelkunde is in 1995 een richtlijn voor de gewone
tandheelkundige praktijk ontwikkeld.
In juni 1997 verscheen
her boekwerk: Richtlijnen infectiepreventie ten behoeve van de zorg voor
mensen met een verstandelijke handicap. Dit omvat zeven hoofdstukken waarin de
infectiepreventie binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap
wordt beschreven. Momenteel wordt door de WIP gewerkt aan richtlijnen voor de
thuiszorg en de ambulancesector.
Onderzoek naar de verbetering van de toegankelijkheid
van de Wiprichtlijnen - Zoals is aangegeven is het doel van de
richtlijnen een bijdrage te leveren aan de infectiepreventie in Nederland.
Maar in hoeverre beantwoorden deze richtlijnen hieraan? De bedoelde bijdrage
aan de infectiepreventie in de Nederlandse ziekenhuizen is indirect. De
Wiprichtlijnen zijn te algemeen geschreven om in de lokale situatie binnen de
instellingen rechtstreeks te kunnen worden uitgevoerd. Er moet daarom binnen
iedere instelling een vertaalslag worden gemaakt, in aansluiting op de per
instelling verschillende implementatie-strategieën en reeds aanwezige
protocollen, waaronder bijvoorbeeld de protocollen voor de verpleegkundige
praktijk. De vertaalslag vindt plaats binnen de instellingen en dus buiten het
blikveld van de WIP.
Om enig inzicht te krijgen in de gebruikswaarde van
de richtlijnen is in 1995 in opdracht van de WIP onder de ziekenhuishygiënisten
een onderzoek verricht. Dit onderzoek was speciaal gericht op de ziekenhuizen.
Uit dit onderzoek is een aantal suggesties naar voren gekomen over de wijze
waarop de gebruikswaarde verder kan worden verbeterd. Eén van die suggesties
was het voor de publicatie in
concept aanbieden van de richtlijnen aan de gebruikers. Door inspraak van de
gebruikers wordt niet alleen een groter draagvlak voor de richtlijnen gecreëerd
maar door verwerking van relevante commentaren wordt ook de kwaliteit van de
richtlijn verbeterd. Naar aanleiding van dit onderzoek geeft de WIP sedert
begin 1998 de richtlijnen in concept uit.
Ervaring met de concept-richtlijnen
Type reacties – Tot januari 2001 zijn 21 conceptrichtlijnen
voor commentaar voorgelegd aan de abonnementhouders.
Per concept zijn zowel individuele als gebundelde
reacties van regiovergaderingen van hygiënisten binnengekomen. Een belangrijk
deel betrof zeer bruikbare vakinhoudelijke adviezen die dan ook zijn verwerkt
in de eindconcepten. Tevens zijn veel tekstuele wijzigingsvoorstellen gedaan
en is ons gewezen op verkeerd taalgebruik of spellingsfouten. Uiteraard is,
waar nodig, ook dit verwerkt. Een andere, zeer positieve bijdrage is het in
kaart brengen van onduidelijke passages in de WIP richtlijnen. Ook dit heeft
geleid tot aanpassing. Een laatste punt van ervaring met de
concept-richtlijnen is dat deze voor de abonnees soms aanleiding waren tot het
stellen van vakinhoudelijke vragen.
Hoe wordt het commentaar door de WIP verwerkt – Gedurende
vier maanden krijgen de abonnementhouders van de WIP de tijd om te reageren op
de richtlijnen. Na deze vier maanden worden de binnengekomen commentaren
verzameld en de voorgestelde taalkundige aanpassingen voor zover mogelijk,
verwerkt in het laatste concept.
De vakinhoudelijke commentaren worden in overleg met
de voorzitter van de sub-commissie die verantwoordelijk was voor het opstellen
van de concept-richtlijn, besproken en beoordeeld en voorzover relevant
verwerkt in het laatste concept. Wanneer er onduidelijkheden of vragen zijn
betreffende de inhoud van de vakinhoudelijke commentaren wordt, ten einde
opheldering te verkrijgen, contact opgenomen met degene die het betreffende
commentaar heeft geleverd.
Soms is zoveel commentaar op de inhoud van het
concept binnen gekomen dat na verwerking van de commentaren de gehele
concept-richtlijn wederom aan de WIP werd voorgelegd. Tijdens een plenaire
vergadering van de WIP wordt dit concept dan weer besproken en wederom
voorgelegd aan de Gezondheidsraad.
Het is geen optie om in dit geval de abonnees wederom
te vragen het concept te beoordelen omdat het hierbij gaat om verwerking van
reeds verkregen commentaar vanuit het land. Tevens wordt de tijd dan ruim
overschreden die staat tussen het opstellen van de richtlijn en het uitgeven
van de definitieve tekst. Gelukkig is dit slechts éénmaal voorgekomen bij de
21 reeds uitgegeven concepten.
Niet verwerkte commentaren – Een
aantal van de door de abonnees gegeven adviezen konden helaas niet worden
verwerkt, omdat deze door de literatuur waren achterhaald ofwel in strijd
waren met de huidige stand van de wetenschap.
Voorstellen die leiden tot implementatie van lokaal
beleid, kunnen ook niet worden verwerkt in de richtlijnen. De WIP-richtlijnen
zijn niet specifiek beschrijvend. Zoals al eerder opgemerkt moet op lokaal
niveau een vertaalslag worden gemaakt, hetgeen geen taak is voor de WIP.
Sommige binnengekomen commentaren bleken rechtstreeks
afkomstig te zijn van de afdelingen waar de desbetreffende richtlijnen
betrekking op hebben en niet van de hygiënist zelf. Alhoewel commentaar
vanuit de praktijk natuurlijk zeer welkom is, is het niet de bedoeling om de
hygiënerichtlijnen, waarbij het accent ligt op de hygiëne bij de uitoefening
van het beroep, te laten beoordelen door de beroepsgroep zelf, dus mensen die
de werkzaamheden uitoefenen. Hun commentaren houden veelal een weergave van
het lokale beleid in. Uiteraard is het geen taak voor de WIP om aan te geven
hoe het commentaar tot stand moet of mag komen. Maar omdat ook wij met deze
procedure een verhoging van de kwaliteit van de richtlijnen willen bereiken,
stellen wij toch voor om de richtlijnen te laten beoordelen door degenen die
verantwoordelijk zijn voor het hygiënebeleid binnen de instellingen.
Het stellen van vragen - De concept-richtlijnen worden rondgestuurd voor
commentaar. Voor een aantal abonnementhouders is het ontvangen van een
conceptrichtlijn soms tevens aanleiding tot het stellen van vragen. Helaas
gaat in het verwerken van alle commentaren heel veel tijd zitten. Gemiddeld
wordt per richtlijn ongeveer 30 uur besteedt aan de verwerking van de
commentaren. In deze tijd worden geen vragen beantwoord. Het zou voor de WIP
te belastend zijn om behalve op de commentaren ook nog uitgebreid in te gaan
op de gestelde vragen.
Voor vragen kan men terecht bij het
documentatiecentrum van de WIP. Alle vragen op het gebied van de preventie van
ziekenhuisinfecties kunnen zowel mondeling, schriftelijk als per e-mail worden
gesteld. In een eerdere THIP-DOC: “Documentatiecentrum voor iedereen”,
1997-6 is hierover gepubliceerd. Alhoewel de WIP zich kan voorstellen dat het
zeer aantrekkelijk is om tegelijk met het becommentariëren van een richtlijn
vakinhoudelijke vragen te stellen, is het goed het een van het ander
gescheiden te houden. Hiermee wordt voorkomen dat de vragen niet worden
beantwoord.
Conclusie
Door
de WIP wordt het uitgeven van richtlijnen in conceptfase aan de
abonnementhouders ervaren als een zeer positieve bijdrage aan de kwaliteit
van de richtlijnen. Het vele werk dat gaat zitten in het verwerken van al
het commentaar weegt ruimschoots op tegen de opbrengst. De WIP is dan ook
zeer veel dank verschuldigd aan een ieder die de moeite neemt de richtlijnen
van commentaar te voorzien en hoopt dat dit in de toekomst gecontinueerd mag
blijven.

Auteur:
Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.
T(H)IP-DOC - Tijdschrift voor Hygiene en Infectiepreventie