Bloemen (THIP 2000-5)
Vraag:
Zeg
het met bloemen – ook in de ziekenhuizen in patiëntenkamers?
Antwoord:
Het
is heel gebruikelijk om als blijk van medeleven voor patiënten in het
ziekenhuis een bloemetje mee te nemen. De ziekenkamer wordt erdoor opgefleurd
en de patiënt geniet ervan. Bloemen zijn uit het ziekenhuis dan ook niet weg
te denken.
Dat
er microbiologisch ook gevaren zijn verbonden aan bloemen in het ziekenhuis,
in het bijzonder het bloemenwater, is een onderwerp dat niet vaak ter sprake
komt. Wat zijn nu deze gevaren en wat betekent dit voor de infectiepreventie?
Literatuur
Uit
onderzoek gepubliceerd in The Lancet in 1973, in The American
Journal of Infection Control 1991, in The Journal of Hygiene 1978
en in British Journal of Surgery 1975 (1-5) blijkt dat bloemen en vooral bloemenwater grote hoeveelheden
pathogene micro-organismen (m.o.) werden gevonden. Een relatie met de gevonden
pathogene m.o. en infecties bij patiënten kon in deze vijf studies echter
niet worden aangetoond.
Andere
literatuur waaruit blijkt dat bloemenwater of de bloemen zelf als oorzaak
kunnen worden aangemerkt voor het ontstaan van een infectie hebben we niet
gevonden. Ook in het boek Hospital Infections 4e editie van
J.V. Bennett en P.S. Brachman uit 1998 werd dit ’gebrek aan bewijs’
aangegeven(6).
Praktijk
Gewoonlijk
worden verse bloemen door het bezoek van de patiënt tijdens de bezoekuren
meegebracht of worden bloemen bezorgd. De bloemen worden door de patiënt
zelf, door de verpleegkundige of een andere medewerker in een bloemenvaas,
gevuld met vers water gezet. De bloemen staan op een tafel naast de patiënt
of in een raamkozijn. Dagelijkse verzorging van de bloemen bestaat in het
verversen van het water of het bijgieten van vers water. De bloemen worden
verzorgd door een personeelslid of door de patiënt zelf. De levensduur van
bloemen in ziekenhuizen is meestal maximaal één week.
Overdracht
van micro-organismen
Grote
hoeveelheden pathogene m.o. zullen al na een dag in het bloemenwater aanwezig
zijn. Bij de verzorging van bloemen kunnen de handen worden besmet en indien
deze naderhand niet worden gewassen of gedesinfecteerd met een handalcohol,
kan overdracht van deze pathogene m.o. plaatsvinden.
Voor
overdracht van m.o. is dus eerst contact nodig met het bloemenwater.
Het
voorkómen van overdracht
Aan
bloemenwater kunnen stoffen worden toegevoegd die de uitgroei van bacteriën
belemmeren. In het verleden werd vaak gebruik gemaakt van chloortabletten. Het
gebruik van chloor in deze is al meer dan vijf jaar verboden voor alle
afdelingen in het ziekenhuis op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet(7).
Een
goed alternatief zijn de bij de bloemen vaak meegeleverde zakjes Chrysal clear®.
Deze zakjes snijbloemenvoedsel worden geleverd in vloeibare vorm of in
poedervorm en behoudens geven van voeding aan de bloemen remt Chrysal clear®
tevens de groei van micro-organismen8. Doordat de bloemen worden
gevoed en de groei van micro-organismen wordt tegengegaan hoeft het water niet
dagelijks te worden ververst, maar slechts éénmaal per week. Volstaan kan
worden met het bijvullen van de vazen met een oplossing Chrysal clear® in
vers kraanwater. Omdat, zoals eerder gezegd, bloemen over het algemeen niet
langer dan één week staan in het ziekenhuis, zal verversen van het water
nauwelijks aan de orde komen.
Mocht
bloemenwater onverhoopt toch ververst moeten worden, dan moet dit gebeuren in
de spoelkeuken. Bij inachtname van de gewone hygiënemaatregelen, in deze
handen wassen of desinfecteren na de verzorging van bloemen en voorzichtig
afgieten van het bloemenwater en schoonmaken van de vaas voor hernieuwd
gebruik, wat overigens in een bedpanspoeler kan gebeuren, wordt de kans op
overdracht van m.o. gering geacht.
Conclusie
Voor
besmetting van de handen is contact nodig met het bloemwater. Patiënten
worden niet besmet indien er geen contact is met dit water. Uitgroei van
bacteriën in het bloemenwater kan worden voorkomen door toevoegen van Chrysal
clear® snijbloemenvoedsel aan het bloemenwater. Hierdoor hoeft het water niet
meer dagelijks te worden ververst, maar kan worden volstaan met het bijvullen
van de vazen met schoon kraanwater waaraan Chrysal clear® is toegevoegd.
Mocht
verversen toch nodig zijn, dan dient dit te geschieden in de spoelkeuken
waarbij voldoende aandacht wordt gegeven aan de gestelde hygiënemaatregelen.
Literatuur
- Taplin D, Merz PM. Flower vases in hospitals as reservoirs of pathogens. Lancet
1973;2:1279-1281.
- Schroth
MN, Cho JJ. No evidence that Pseudomonas on chrysanthemums harms patients.
Lancet 1973;3:906-907.
- Kates
SG, McGinley KJ, Larson EL, Leyden JJ. Indigenous multiresistant bacteria
from flowers in hospital and nonhospital environments. Am J Infect Control
1991;19;3;156-61.
- Riser
E, Noone P, Thompson RE. The use of a fluorescence typing method in an
epidemiological study of klebsiella infection in a London hospital. J of
Hygiene 1978;80,1:43-56.
- Bartzokas
CA, Holley MP, Sharp CA. Bacteria in flower vase water: incidence and
significance in general ward practice. British Journal of Surgery
1975;62,4: 295-7.
- Hospital Infections. Fourth edition. Edited by John V. Bennett and Philip S.
Brachman. Hoofdstuk: The inanimate environment, bldz. 309.
- Correspondentie
De heer H.R. Reus, Keuringsdienst van Waren, Groningen.
- Vertrouwelijke
correspondentie TNO. The antimicrobial activity of Chrysal.
- Hospital
Epidemiology and Infection Control. Edited by C.Glen Mayhall. Hoofdstuk
Environmental Services bldz. 820.
- Gezondheidsraadrapport
1976. Herziene richtlijnen ter preventie en bestrijding van
ziekenhuisinfecties. Bldz. 114-115.

Auteur:
Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.
T(H)IP-DOC - Tijdschrift voor Hygiene en Infectiepreventie