Accidenteel bloedcontact (THIP 2005-4)
Vraag
Welke richtlijnen/beleid moeten worden aangehouden als er een prikaccident optreedt
waarbij zowel de medewerker als de patiënt zich heeft geprikt
aan
n en dezelfde naald en met elkaars bloed in
aanraking zijn gekomen en daardoor als beider bron zijn gaan fungeren.
Antwoord:
Het in de
vraag beschreven probleem wordt gevormd doordat je te maken krijgt met twee
vormen van accidenteel bloedcontact:
1: de
medewerker wordt blootgesteld aan het bloed van de patiënt
2: de patiënt
wordt blootgesteld aan het bloed van de medewerker.
Nederlandse
richtlijnen
WIP
De in de
richtlijn Accidenteel bloedcontact van de WIP gegeven adviezen gelden primair
voor de bescherming van de medewerker. Het doel van de richtlijn is het voorkómen
van prikaccidenten. Indirect wordt hierdoor ook de patiënt beschermd maar dat
is niet het uitgangspunt van deze richtlijn (1)
LCI
Het LCI maakt
naast protocollen voor infectieziekten ook draaiboeken. In één
van de draaiboeken zijn de adviezen neergelegd ten aanzien van prikaccidenten en
accidenteel bloedcontact. Hierin wordt aangegeven wat te doen indien men buiten
de gezondheidszorg een prikaccident heeft opgelopen of met bloed in contact is
gekomen door bijvoorbeeld bijten (2).
Commissie
Preventie Iatrogene Hepatitis B
Door deze
commissie wordt een hepatitis B-beleid neergezet gericht op bescherming van de
patiënt, zowel intramuraal als extramuraal. Dit beleid is verwoord in het
IGZ bulletin van juni 2002: Preventie van Iatrogene Hepatitis B (3).
Het beleid
maakt een onderscheid tussen risicolopers en risicovormers. Onder een
risicoloper wordt een medewerker verstaan die door zijn beroepsuitoefening een
verhoogd risico loopt op hepatitis B besmetting. Ter bescherming van de
risicolopers heeft de Gezondheidsraad in 1996 een advies uitgebracht over
vaccinatie (4). Tevens is bescherming van risicolopers geregeld
in de arbeidsomstandighedenwetgeving waarin staat dat de werkgever de werknemer
dient te beschermen tegen bepaalde risico's, waaronder hepatitis B indien dit
noodzakelijk blijkt op grond van een risico-inventarisatie en –evaluatie.
Onder
risicovormers worden de medewerkers bedoeld die door hun beroepsuitoefening
hepatitis B kunnen overdragen op de patiënten. Het beleid van de commissie is
gericht op de risicovormers en dus op patiëntenveiligheid.
Bloedoverdraagbare
aandoeningen
De richtlijn
van de WIP en de richtlijn van het LCI richten zich op besmettingen met
hepatitis B, hepatitis C en HIV en voornamelijk op risicovormers. De Commissie
Preventie Iatrogene hepatitis B doet geen uitspraken over HIV en hepatitis C.
Conclusie
Indien dus een
medewerker door de huid van een patiënt prikt en daarna zichzelf verwondt aan
diezelfde naald en de naald door weefsel van de patiënt weer teruggetrokken
moet worden heb je te maken twee soorten beleid:
Beleid medewerker:
Hepatitis B:
1a: Indien het
een medewerker betreft die volledig HBV is gevaccineerd en van wie de
aanwezigheid van immuniteit is gecontroleerd en goed bevonden, dan hoeft
van het prikaccident aangaande hepatitis B geen melding te worden gemaakt omdat
de patiënt door deze medewerker niet kan worden besmet met het HBV en de
medewerker ook niet door de patiënt.
1b: Indien het
een medewerker betreft die niet is gevaccineerd of drager is van het
hepatitis B virus of een non-responder is, moet het WIP-beleid worden
gevolgd.
Melding aan de
Commissie Preventie iatrogene Hepatitis B hoeft niet plaats te vinden. De
Commissie adviseert niet bij prikaccidenten en geeft alleen advies over
het al dan niet voortzetten van de werkzaamheden van gezondheidszorgmedewerkers
die risicovormende handelingen uitvoeren (risicovormers), nadat bij hen
dragerschap van HBV is vastgesteld. Tevens geeft de Commissie adviezen bij
risicovormers die niet zijn gevaccineerd of non-responders zijn.
Hepatitis C en
HIV
Voor HIV en
hepatitis C bestaat geen dergelijk beleid evenmin als vaccinatie en moet het
WIP-beleid worden gevolgd.
Beleid patiënt:
De patiënt
valt onder de verantwoordelijkheid van de instelling waar hij of zij is
opgenomen. De patiënt zal van de blootstelling op de hoogte moeten worden
gesteld en indien de patiënt dit verzoekt zal door de instelling cq
behandelaar een risico-inschatting moeten worden gemaakt en indien nodig
zal een vervolgbeleid moeten worden opgesteld en uitgevoerd. Hierbij kan het WIP
beleid een uitgangspunt zijn.
Literatuur:
- Richtlijn Werkgroep Infectiepreventie Accidenteel
bloedcontact oktober 1999. (nieuwe versie 2005)
- LCI, Draaiboek Prikaccidenten
1999. Het draaiboek Prikaccidenten van de LCI is herzien. De nieuwe versie is in juli 2005 verschenen.
- IGZ bulletin Preventie Iatrogene Hepatitis B juni 2002.
- Gezondheidsraad: Bescherming tegen hepatitis B 1996/15

Auteur:
Thea Daha
Hygieniste Werkgroep Infectiepreventie.
T(H)IP-DOC - Tijdschrift voor Hygiene en Infectiepreventie